Het aanbrengen:

Breng het nekkussen aan rond de nek met de opening naar voor (onder de kin). De velcro sluitstrips worden aan de tegenovergestelde zijde horizontaal vast gemaakt. Laat zeker de bovenste klittenband zeer nauw aansluiten onder de kin want die moet zorgen dat het hoofd niet in het kussen wegzakt. Doorgaans is het zelfs niet noodzakelijk om de onderste klittenband nog aan te sluiten. Daardoor kunt u gemakkelijker ademen en slikken en krijgt u zeker geen benauwd gevoel.

Zorg er zeker voor dat de keel niet afgesnoerd wordt. Het nekkussen moet altijd comfortabel aanvoelen.

 

Gelieve advies bij uw arts in te winnen mocht dit niet het geval zijn.

1 of 2 of 3 luchtkamers gebruiken:

Het aantal luchtkamers die u oppompt, bepaalt ook de hoogte van het nekkussen.

U kunt het aantal luchtkamers zelf bepalen door de parel die in elke tube

aanwezig is uit hun houdertje in het luchtkanaal te drukken, weg van het

nekkussen. (zie figuur)

Het manueel oppompen:

Het ventiel moet in wijzerzin vastgedraaid worden om de luchtuitstroom naar de luchtkamers te sturen (zie figuur). U, als gebruiker, staat zelf in voor het langzaam manueel oppompen van de luchtkamers tot u een lichte spanning waarneemt.

Zolang het aangenaam blijft, kunt u geleidelijk de druk verhogen.

Blijf rustig gedurende de behandeling.

Het stoppen van de behandeling:

Laat de lucht langzaam terug uit de luchtkamers wegstromen tot de druk helemaal weg is. Hiervoor draait u het ventiel tegen wijzerzin langzaam los (zie figuur).

Maak het nekkussen los en berg het op.

Beweeg (indien mogelijk) rustig het hoofd en merk dat de spanning en nekpijn sterk teruggelopen of verdwenen is, hoofdpijn verminderd is, …

De luchtkamers hoeven niet telkens helemaal leeggelaten te worden.